Hubert Joris

Fabrikanten


In 1898 werd in België (Loncin bij Luik), aan de Rue du midi 14, de "Fabrique Liègeoise de Lampes de Sûreté S. A." opgericht. Directeur was Hubert Joris. Enkele jaren later richtte hij net over de grens in Noord Frankrijk een dochteronderneming op, genaamd; Fabrique Liègeoise de Lampes de Sûreté S. A. in Jeumont (Pas de Calais).

Directeur Hubert Joris maakte zich verdienstelijk met de invoer van de "Wolfsche veiligheidslamp" in België. Deze lamp werd pas in 1904 in België toegelaten en verving toen de op plantenolie brandende Mueseler veiligheidslamp.

 

Links: Hubert Joris, Directeur "Fabrique Liègeoise de Lampes de Sûreté S. A."

 

Fabrique Liègeoise de Lampes de Sûreté S. A. in Liège

Fabrique Liègeoise de Lampes de Sûreté S. A. in Jeumont

Hubert Joris bemoeide zich ook met de techniek van de veiligheidslampen zo dat er tot 1903 totaal 6 patenten konden worden aangemeld. De lampen van Systeme Wolf-Joris kregen op tentoonstellingen tot 1911, maar liefst 8 prijzen.

Vanaf 1911 werd onder andere in de Luikse fabriek de zg. "Flammschutz-Handlampe Nr. 752b" met veel succes vervaardigd. De fabriek in Jeumont (Noord-Frankrijk) was voor de levering van deze acetyleenlamp verantwoordelijk in de gebieden Parijs, Carvin, St. Etienne en Alais.

Op 10 maart 1906 gebeurde in de Noord-Franse stad Courières (Pas de Calais) een vreselijke mijnramp. Door een kolenstofexplosie vonden 1099 mensen de dood, waaronder veel kinderen. Er werden ten tijde van de ramp goedkopere olielampen gebruikt. Na de ramp veranderde ook de mening van de Franse mijnbouwlieden. In het jaar 1911 waren in Frankrijk al 105.000 en in België al 45.000 "Wolfsche" benzine-veiligheidslampen in gebruik.

Rechts: Affiche Internationale Universele Expositie apr/nov 1905 te Luik. (Coll. IHOES)

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 ging Hubert Joris naar Frankrijk, om daar de nog niet in Duitse handen gevallen steenkolenmijnen van veiligheidslampen te voorzien. Zijn ingenieur H. Goossens bleef als nieuwe directeur in Luik (Loncin) achter. In 1917 opende Joris in de kleine stad Bognolet, ten oosten van Parijs een nieuwe firma.

Links: Het paviljoen tijdens de tentoonstelling in Luik in 1905. Hier stelde de "Fabrique Liègeoise de Lampes Sûreté S.A." in opdracht van het moederbedrijf Friemann & Wolf haar mijnlampen ten toon en verkreeg hiervoor het "Diplôme d'Honneur", ofwel het Erediploma.

De beide dochterondernemingen in Luik en Jeumont werden in 1919 als "Feindvermögen" (Oorlogsschuld) in beslag genomen. Hiermee is deze geschiedenis van de Friemann en Wolf - dochteronderneming ten einde.

Hiermee eindigt het verhaal echter niet. Goossens kocht de onderneming in Luik (Loncin) en leidde dit onder de firmanaam Socièté Anonyme d'Eclarage des Mines et d'Outillage Industriel (S.E.M.O.I.), totdat deze in 1926 als filiaal van Socièté d'Eclarage et d'Applications Electriques, Arras, Pas de Calais dienst deed.

Hubert Joris keerde in 1919 terug naar Luik (Loncin) en stichtte aldaar de firma "Usines H. Joris, Eclairage Minier".

Hij verkocht er veiligheidslampen van Friemann & Wolf en produceerde er tevens veiligheidslampen van eigen ontwerp.

Hierboven: "Fabrique Liègeoise de Lampes de Sûreté S. A." in 1911.

De voormalige dochteronderneming "Fabrique Liègeoise de Lampes de Sûreté S. A." in Luik (Sinds 1919 S.E.M.O.I.) vroeg in 1979 faillissement aan, terwijl "Usines H. Joris" al sinds midden 1949 was gesloten. Over de vestiging in Frankrijk is tot op heden niets bekend.

Bron: Geschichten der Firma Friemann & Wolf, Norbert Peschke.

Ook in de Belgische steenkolenmijnen was de ondergrondse hiërarchie duidelijk af te lezen aan het soort mijnlamp dat werd gebruikt. V.l.n.r.: Meesterhouwerslamp, Opzichterslamp, Mijnmeterslamp, Ingenieurslamp en Directeurslamp. (Joris - Wolf - lamp, type "Bruay")

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.