Friemann & Wolf – Dochterondernemingen

Fabrikanten


Verloop van de buitenlandse dochterondernemingen na de 2e wereldoorlog.

1945

In het onstane Tsjecho-Slowakije wordt het Duitse bezit onteigend. De fabrieken in Bohatice (Weheditz) en Ostrava (Märisch-Ostrau) werken nu volledig gescheiden van Zwickau. In Bohatice worden in eerste instantie acetyleenmijnlampen en later ook elektrische lampen geproduceerd, terwijl in Ostrava de firma Elektrosvit accu- en persluchtlampen produceert. De Poolse fabriek in Katowice (Kattowitz) voert de vervaardiging van elektrische lampen verder op en hervat de productie van de in Oberschlesien zo geliefde Gelenkbügellampe.

1952

De fabriek in Katowice moet wijken voor de bouw van een steenkolenmijn en verhuist naar Tarnowskie Gory (Tarnowitz). De fabriek noemt zich Fabryca Lamp Górniczych FLG en produceert accuhandlampen en acetyleenlampen naar voorbeeld van de Duitse Einheitskarbidgrubenlampetype 850z.

1961

Na uitbreiding van de productie naar reddingsapparatuur t.b.v. de mijnen veranderd de fabriek in Tarnowitz haar naam van Fabryca Sprzetu Ratukowegu in Lamp Górnyczich FSR. Intussen maakt men er ook accukoplampen. Rond 1970 wordt het akroniem FSR veranderd in FASER.

1965

Wolf Safety Lamp Company of Amerka Inc., New York wordt overgenomen door de firma Mine Safety Applicances MSA.

1972

De vroegere Belgische dochteronderneming in Loncin bij Luik is failliet. In de laatste productie- jaren maakte men er hoofdzakelijk waarschuwingslampen voor bouwplaatsen.

Reageren is niet mogelijk