Friemann & Wolf

Fabrikanten


 

Chronologie van de firma Friemann & Wolf in Saksen, haar dochterondernemingen en opvolgers.

 

Friemann & Wolf

1881

De benzineveiligheidslamp wordt uitgevonden door de fijnmechanicien Carl Wolf uit Zwickau.

1882

Patentering en éérste praktische tests in de mijn Centrum in (Bochum)-Wattenscheid.

1883

Reeds 450 benzineveiligheidslampen in gebruik.

Heinrich Friemann

Carl Wolf en zijn vrouw

De fabriek in 1909

1884

Oprichting van de firma Friemann & Wolf door Carl Wolf (1838-1915) en de brouwerijbezitter Heinrich Friemann.

1890

De dagproductie bedraagt 100 veiligheidslampen.

1894

Bouw van de hoofdlocatie I in de Reichenbacher Straße 64-68.

1899

Na de dood van Heinrich Friemann veranderd de firma in een zogeheten GmbH.

 

1900

Nieuwe dochterfabrieken in Duisburg, Dortmund en Kattowitz (Katowice), Oberschlesien worden in gebruik genomen.

1903

De eerste elektrische mijnlamp met een loodaccu wordt op de markt gebracht. Sinds 1882 werden 96 patenten en gebruiksaanwijzigingen, zowel in het binnen- als het buitenland aangemeld.

1904

De eerste open Acetyleenlamp wordt aangeboden. Tot de beëindiging van de productie in 1958 blijft dit lampentype door zijn miljoenvoudige verkoop een belangrijke pijler van het bedrijf.

1905

Oprichting van het eerste dochterbedrijf in het buitenland: The Wolf Safety Lamp Company Ltd. in Leeds, sinds 1913 in Sheffield, England.

1906

Sinds 1883 zijn bijna 900.000 lampen geproduceerd.

1907

De eerste alkalische mijnlamp met een Nikkel-Cadmium-akkumulator wordt ingevoerd. De benzine-veiligheidslamp beleeft haar top jaren en wordt in 102 varianten aangeboden.

1908

In Saarbrücken wordt een nieuwe dochterfabriek geopend.

1910

Vestiging van 2 dochterondernemingen in Oostenrijk: Wolflampen-Gesellschaft in Karlsbad - Weheditz (Bohatice, Tschechië) en Märisch-Ostrau (Ostrava, Slowakije).

1911

Vestiging van een dochteronderneming in de VS: The Wolf Safety Lamp Company of America, Inc., New York. Voor de Amerikaanse markt worden bijzonder lichte benzineveiligheidslampen uit een aluminiumlegering vervaardigd.

Het aantal medewerkers in de hoofdvestiging heeft zich intussen als volgt ontwikkeld:

  • 1896 - 150 Werknemers en ingehuurden
  • 1900 - 400 Werknemers en ingehuurden
  • 1906 - 595 Werknemers en ingehuurden
  • 1911 - 820 Werknemers en ingehuurden

 

1914

De firma neemt de oorlogsproductie (Eerste Wereldoorlog) van granaatontstekers op zich.

1915

1.000.000 benzineveiligheidslampen en 1.000.000 Acetyleenlampen zijn intussen van alle vestigingen wereldwijd geleverd. Het bedrijf telt wereldwijd 2.000 medewerkers.

1918

Na het einde van de eerste wereldoorlog worden de dochterondernemingen in België, Frankrijk en USA als oorlogsvermogen in beslag genomen. Door de aankoop van de fabrieken door hun directeuren Joris, Maurice en Anglada, verzekert Friemann & Wolf zich van toekomstige maatgevende invloed. De fabrieken in Weheditz en Märisch-Ostrau bevinden zich nu in het nieuw opgerichte Tschechoslowakije. Voor een tweede hoofdvestiging wordt een grondstuk in de Reichenbacher Straße 89a-b aangekocht en aansluitend met de bouw begonnen.

 

Geheel links het type FW502, een op lampenolie gestookte veiligheidslamp, zonder ontsteker. In het midden het type FW503 met stiftslot, eveneens zonder ontsteker. Rechts een zeer bijzonder type (waarschijnlijk FW501). Deze lamp heeft een horizontale papier-paraffine-ontsteker.

1922

Na de landverdeling in Oberschlesien bevindt de vestiging in Kattowitz/Katowice zich nu in Polen.

1924

Daar de benzinelamp zich meer en meer als onveilig bewees, wordt ze in de meeste Duitse steenkolengebieden als mijnwerkerslamp verboden. Vervanging wordt geboden door de acculamp.

1925

De eerste elektrische koplamp wordt aangeboden, waarna ze in de VS gretig aftrek vindt.

1926

Een nieuwe vestiging in Leipzig start met de productie.

1928

Ook in München wordt een vestiging begonnen. De eerste persluchtlamp wordt ontwikkeld. de eerste verbindlamp, een combinatie van een benzineveiligheidslamp en een acculamp wordt ingevoerd.

 

1930

Wegens de globale economische crisis is het werknemersbestand tot 432 personen gereduceerd. De productie van Alkali- en loodbatterijen word geforceerd. In de toekomst zal de firma zich ontwikkelen tot grote leverancier van startaccu's voor de Saksische automobielindustrie.

1939

Dankzij de opkomst van het Derde Rijk stijgt het aantal werknemers in de hoofdvestiging weer tot 1264 en tot 584 in Duisburg, Waldenburg en Weheditz.

 

1940

De oorlogsproductie doet het aantal medewerkers tot 1503 stijgen. Personeelsverlies naar het leger vordert aansluitend de stijgende inzet van dwangarbeiders en oorlogsgevangenen tot ongekende hoogten.

1944

De deels met het militaire vervaardigingskenteken "cqx" verhulde productie heeft zich sinds 1938 verdubbeld.

1944 / 1945

Door bombardementen worden de hoofdvestiging I en II, alsook de vestiging in Duisburg beschadigd.

1945

Na het einde van de 2e wereldoorlog zijn de dochterondernemingen in Tsjecho-Slowakije en Polen verloren gegaan. De Amerikanen bezetten kort de hoofdvestiging en nemen documenten, fabricaten en grondstoffen mee naar het westen. Het Russische militaire commando volmachtigt een militair als bedrijfsleider. Als reparatie-prestatie aan de Sovjetunie volgt een totale demontage van de startaccu-productie in hoofdvestiging II en de deelmontage van de Alkaliproductie in de hoofdvestiging I. De eigenaren trekken zich terug naar West-Duitsland en vormen hun vorige vestiging in Duisburg om tot hoofdvestiging van Friemann & Wolf GmbH.

1947

In de herbouwde fabriek in Duisburg begint de vervaardiging van de bewaarde typen van benzineveiligheidslampen, accu- hand- en koplampen alsook persluchtlampen. De acetyleenlampenproductie wordt maar kortstondig met het nieuwe type 001 voortgezet.

 

1948

De oude exportrelaties worden wederom aangeknoopt.

1950

Na de licentieopname voor een krachtige zilver-zink accu, volgt de oprichting van de Silberkraft Leichtakkumulatoren GmbH in 1951.

 

1959

Op hun 75-jarig bestaan telt de firma 750 werknemers.

1963

De overgang naar niet-mijnbouw producten begint met de vervaardiging van veiligheidsverlichting en noodstroomvoorzieningen.

1967

Begin van de productie van een zilver-zink-grootbatterij 9,4 kW/u bij 156 Volt.

1970

Vervaardiging van 's werelds grootste zilver-zink-accu voor onderwater-apparaten.

1971

Voor de eerste keer worden niet alleen gasdetectie- maar ook kop- en persluchlampen op de markt gebracht. Oprichting van een vestiging voor elektromechaniek en elektronica in Ostbevern. Bij "Silverkrafft" begint de serieproductie van zilver-zink-batterijen voor satellieten en vliegtuigen.

1983

De toentertijd 70-jarige en scherpste concurrent op het gebied van elektrische mijnlampen, de firma CEAG AG, neemt de firma over. Daarmee hoort Friemann & Wolf nu bij de Varta-groep. Er werken nog 640 werknemers.

1984

Tijdens het 100-jarig firmajubileum bestaan er 143 binnen- en buitenlandse patenten.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.